……………..
Meest gelezen artikelen

 

 

Mondhygiëne en corona

Op je tandvlees

Selecteer hieronder het gewenste artikel door op de balk te klikken

Mondhygiëne en corona

Nu het covid-19-virus langzaamaan de status van pandemie begint kwijt te raken, lijkt de tijd rijp ons te gaan bezinnen en te evalueren. Dit artikel is een kort pleidooi voor een onderzoek naar het verband tussen besmetting door het virus en beschadigd mondweefsel. Mijn voorgevoel zegt dat daar wel eens een verrassend verband tussen zou kunnen blijken te bestaan.

Zoals bekend adviseerde het RIVM maatregelen die gericht waren op het voorkomen van de verspreiding van het virus. De maatregelen waar dat toe leidde, hebben ons allemaal geraakt: quarantaines, sluiting van de scholen, verbod op reizen, horeca, contactberoepen, grote evenementen en ga zo maar door. We zijn waarschijnlijk nog wel een tijdje bezig om alle getroffen maatregelen langzaam uit te faseren. De zorg concentreerde zich – logischerwijze – op de behandeling van de door het virus getroffen patiënten. De impact die dat had op de zorgverleners, werd dagelijks ruimhartig gedeeld op ‘frontberichten’ en in de media. Een indrukwekkende stoet specialisten als virologen (ik wist niet dat wij er zoveel hadden!), microbiologen, internisten en zelfs hoogleraren stonden in de rij om hun zegje bij de praatprogramma’s of in de krant te doen. Ook de persconferenties door de premier en z’n vakministers hielden Nederland massaal aan de buis. Met een outbreak management team achter de schermen wekten de maatregelen soms onmiskenbaar een ad-hoc-indruk. Terwijl die toch vergaande consequenties hadden voor de nering of het persoonlijk wel en wee van onze bevolking. Maar ja, geen van de betrokkenen was ooit eerder in zo’n situatie geweest. Zonder draaiboek oogt het dan soms wat hulpeloos, hoewel de premier – en de gebarentolk! – het natuurlijk prima deden. Eerlijk gezegd vond ik noch de boodschappers noch de van de maatregelen afhankelijke ondernemers te benijden.

Waar is de tandarts?
Bij de stoet medici die zich door de media lieten inviteren, ontbrak de discipline tandheelkunde. Hoewel ik als tandarts mondhygiëne ongetwijfeld hoger in het vaandel heb staan dan andere zorgaanbieders, vond ik dat op zijn minst opmerkelijk. Mij was opgevallen dat matige mondhygiëne een potentieel gemeenschappelijk kenmerk was van alle meer dan gemiddeld getroffen groepen. Als tandarts ben ik werkzaam in een klein gedeelte van het zogenoemde respiratoire systeem: de mond. Maar ja, dat is er dan ook wel meteen een uiterst belangrijk deel van. De mond is het meest multifunctionele orgaan: eten, communiceren, ademen en zelfs onze uitingen
op het affectieve vlak. In alle opzichten eigenlijk de belangrijkste toegangspoort. En dus ook een makkelijke entree voor (pathogene) micro-organismen en virussen. Als beschadigd mondweefsel die entree zou vergemakkelijken, zet dat het belang van mondhygiëne in een geheel ander daglicht.

Virusverband
Tijdens een van deze persconferenties was het minister Hugo de Jonge die de term respiratoir systeem gebruikte. Hoewel voor de begrijpelijkheid naar de burger een andere omschrijving wellicht handiger was geweest, veerde ik op uit mijn stoel. Maar het bleef bij het noemen van de term. Dat is jammer, want juist dit systeem zou wel eens een belangrijke oorzaak in zich kunnen dragen bij de verspreiding van dit toch onberekenbare virus. Doordat ik mij al bijna een halve eeuw met monden bezighoud, weet ik uit ervaring hoe moeilijk het is de toegangspoort tot het respiratoir systeem in optimale conditie te houden. Uit diezelfde ervaring weet ik ook dat het bij bepaalde groepen mensen een bijna onmogelijke taak is de vaak gecompliceerde tandheelkundige constructies schoon en dus vrij van ontstekingen te houden. En het zijn deze ontstekingen die de groepen kenmerken die het meest door het virus worden getroffen: oudere mensen en vooral tehuisbewoners.
Maar ook arbeidsmigranten (denk aan de slachterijen) hebben niet zelden een erbarmelijke mondhygiëne. En zo zijn er nogal wat groepen in de samenleving waarvan ik weet dat mondhygiëne geen tot weinig prioriteit heeft. En ook die zie ik in virusverband prominent opduiken. Kortom, in mijn ogen gilt de situatie om een onderzoek of het verband er inderdaad is. In een ingezonden stuk in de Volkskrant (25/5, pagina 25) ben ik zo brutaal geweest om mijn voorgevoel een ‘educated guess’ te noemen.
En ik durf dat onder collegae wel te herhalen. Ik zou echt geen moment verbaasd zijn.

Onderzoek
In veel disciplines waren de protocollen voor algemene hygiëne al voor de coronacrisis van toepassing. Het is zo langzamerhand iedere vakbroeder wel helder dat dit een belangrijke factor is in het voorkomen van besmettingen. Een belangrijke voorwaarde is schone oppervlakken in behandelruimtes, zodat er goed gereinigd kan worden. Ik vermoed dat je die lijn kunt doortrekken naar iemands gezicht. Een glad gezicht laat zich makkelijker reinigen. Dus zou ik aanraden het laten staan van baard of snor maar even voor je uit te schuiven, het heeft vast geen haast. Op individueel niveau adviseer ik mijn patiënten hun eigen respiratoir systeem en omgeving zo gezond mogelijk te houden. Probeer mond, neus en luchtweg ontstekingsvrij te houden om het virus zo weinig mogelijk de gelegenheid te geven je te infecteren. Dat ik daarmee vooruitloop op de uitkomsten van het onderzoek waarop ik aandring, ben ik me bewust. Maar volgens mij geldt ook bij dit virus: het individu of de gastheer heeft de belangrijkste rol bij het verloop van de besmetting!

Jan Cees Baas, tandarts Bodegraven

 

UIT NR 02-2020, 24 JAARGANG

Op je tandvlees lopen

Dat sporten gezond is, weten we allemaal, maar dat er veel chronische welvaartsziekten zijn die een relatie onderhouden met de staat van je gebit, dat weten de meesten mensen niet. In die zin is alleen gezonde voeding en sporten niet genoeg om te voorkomen dat je ziek wordt. Minder hygiëne, onvoldoende en/of verkeerd onderhoud van je gebit kan een aanleiding zijn tot een flink aantal welvaartsziekten, waar-onder kanker, diabetes, Alzheimer, maar ook beroertes en hartinfarcten.

Bacteriën in het tandvlees uit tandplak, maar ook uit langzaam ontbindende wortelkanaalbehandelde tanden en kiezen en ernstige cariës, kunnen via inslikken in de darmen en in de bloedbaan komen. In een onderzoek door de Harvard School of Public Health [1] werd er een duidelijk verband gelegd tussen alvleesklierkanker en mannen met slechte gebitten.

Wortelkanaalbehandelde tanden en kiezen, die eigenlijk lijkjes zijn die in de mond langzaam in ontbinding gaan, zijn een bron van pathologische bacteriën en toxische stoffen.
Waar vroeger een tand of kies werd geëxtraheerd, heeft tegenwoordig de esthetiek het gewonnen van de levensbedreigende gevolgen die wortelkanaalbehandelde elementen voor de gezondheid kunnen hebben. In mijn praktijk kom ik de bewijzen daarvan aan de lopende band tegen.

Alzheimer
Dat zelfs Alzheimer nu gelinkt wordt aan de staat van ons gebit, zal velen verbazen. Een recente landmark study in San Francisco [2] laat zien dat in de hersenen van 51 van de 53 Alzheimer-patiënten de giftige afvalstoffen van de pathologische tandvleesbacterie
Porphyromonas gingivalis zijn terug te vinden. Blijkbaar kan deze bacterie zich door inslikken verspreiden door het lichaam en de toxische enzymen die deze tandvleesbacterie produceert, hierdoor afzetten in het speeksel, het ruggenmerg en de hersenen. In het onderzoek was de schade die onder andere werd gevonden in de geheugencentra, na besmetting met deze tandvleesbacterie bij muizen, een bewijsvoering dat mensen met langdurige tandvleesziektes 70% meer kans hebben om uiteindelijk dementie en/of Alzheimer te ontwikkelen.
Bacteriën in de mond kunnen ook direct door het tandvlees migreren in de bloedbaan. Hierdoor is het mogelijk om uit te breiden naar de bloedvaten en organen. Er ontstaan ontstekingsreacties die aderverkalking en vervolgens de kans op een hartinfarct en hartontsteking doen vergroten.

Nitraat-nitriet-nitrosaminen
Nitraten uit voeding worden door bacteriën in de mond omgezet in nitrieten. Deze kunnen zich binden aan eiwitten om vervolgens kankerverwekkende nitrosaminen te vormen. Deze omzetting gedijt uitstekend in een warme, zure omgeving, zoals in de mond en in onze maag.

Mensen met langdurige paradontitis hebben een hoog gehalte aan schadelijke nitrosaminen in de mond en darmen. Naast het feit dat deze stoffen uiterst kankerverwekkend zijn, blijkt uit recente studie dat deze nitrosaminen ook ten grondslag liggen aan insulineresistentie. [3]
Hoe meer bacteriën in de mond meedoen aan deze omzetting, hoe meer nitrosaminen zich in het lichaam kunnen vormen.
Door de enorme hoeveelheid van nitraten in onze voeding, onder andere door het toenemen- de gebruik van kunstmest (kaliumnitraat), additieven als nitriet in onder andere vleeswaren en oude kazen en nitrosaminen in onze medicatie, onder andere bloeddrukremmers [4], hoeven we ons eigenlijk niet te verbazen over de explosieve groei van ziektes als kanker, diabetes en Alzheimer.

Anaerobisme
Nitrieten en nitrosaminen binden zich in ons lichaam aan de rode bloedlichaampjes. Vervolgens doen zij het ijzer in de hemoglobine (rode bloedkleurstof) oxideren, waardoor het niet meer beschikbaar is voor de opname en het transport van zuurstof. Dit heet anaerobisme. (Ik denk hier ook meteen aan moderne ziektes zoals fibromyalgie en chronisch vermoeidheidssyndroom.)
Een bepaald enzym kan deze reactie weer terugdraaien. Zuigelingen, maar ook vele volwassenen, blijken echter niet over voldoende van deze enzymen te beschikken. Daarbij is de opname van fluoride via tandpasta niet behulpzaam, omdat fluoride een enzym dodende werking heeft. Je kunt dus heel ‘gezond’ eten en veel sporten, maar als je je gebit en tandvlees niet goed verzorgt, kun je door verkeerde en grote aantallen bacteriën in je mond nog steeds veel van deze nitrosaminen aanmaken.

In mijn praktijk kom ik regelmatig chronisch vermoeide patiënten tegen of cliënten die last hebben van pijnlijke en vermoeide spieren (onder andere bij fybromyalgie). De oorzaak is, natuurlijk, altijd individueel bepaald. Zo kan er bijnieruitputting aan ten grondslag liggen, een slecht werkende schildklier, verzuring en/of kanker. Bij de EAV-meting komen echter vaak verstoringen en afwijkingen naar voren die hun oorsprong hebben in tandvleesontstekingen, diepe pockets, tandsteen, slechte gebits-verzorging, verouderde wortelkanaalbehandelingen en/of rotte stompjes onder kronen en bruggen. In de meeste gevallen laten de EAV-meting en een inspectie van de tong-spiegel goed zien waar de oorzaak van de klacht ligt. In samenspraak met de bio-energetische tandarts kan dan door middel van uitgebalanceerde voeding, gerichte supplementen en/of klassieke homeopathie de pathologische bacteriegroei teruggedrongen worden en op die manier de (lichamelijke) klachten behandeld worden.

Wat betreft de nitraten en nitrieten in onze voeding is het belangrijk om zoveel mogelijk biologische groenten te eten, omdat deze niet met kunstmest worden gekweekt. We kunnen beter voedingsmiddelen mijden die met nitriet additieven behandeld zijn.Voldoende hoogwaardige vitamine C gebruiken. Het omzettingsproces van nitraat-nitriet naar nitrosaminen wordt hierdoor onderbroken.Ook de Lactobacillus-bacterie is nuttig om de omzetting van nitraat-nitriet in nitrosaminen te verminderen. Deze bacterie vind je in veel gefermenteerde producten zoals yoghurt en zuurkool, en in een gezonde darmflora. En bovenal is het enorm belangrijk je gebit goed te verzorgen en voor regelmatige controle een bio-energetische tandarts te bezoeken.

Anu Alexander Kruijtbosch
Praktijk voor Natuurgeneeskunde & klassieke homeopathie
Expertise in Bio- energetische tandheelkunde. Consulten in Haarlem en Lelystad
www.2thecore.nl
06-25 02 29 96

Bronvermelding
[1] “A Prospective Study of Periodontal
Disease and Pancreatic Cancer in U.S. Male Health Professionals,” Dominique S. Michaud, Kaumudi Joshipura, Edward Giovannucci, Charles S. Fuchs, JNCI, 2007; 99:1-5
[2] www.dailymail.co.uk/Health/article-
6623771/Having-gum-disease-Ramses- risk-Alzheimers.html.
[3] de la Monte SM, Tong M, Lawton M, Longato L. Nitrosamine exposure
exacerbates high fat diet- mediated type 2 diabetes mellitus, non alcoholic steatohepatitis,and neurodegeneration with cognitive impairment,de lamonte. Mol Neurodegener.2009 Dec 24;4:54. doi: 10.1186/1750-1326-4-54.
[4] HTTP://www.nrc.nl/nieuws/2019/02/01/ geneesmiddelenagentschap-eist-
aanpassing-kankerverwekkend-medicijn- a3652595.

UIT NR 01-2019, 23 JAARGANG

Suiker

Suikerklontjes
De Nederlander krijgt gemiddeld 8.400 suikerklontjes per jaar binnen. Dat is 103 gram oftewel 23 klontjes per dag. [1]

Gezondheidsclaims druivensuiker-tabletjes verboden
Druivensuikertabletjes zijn vooral onder sporters erg populair. De fabrikant van Dextro Energy doet voorkomen alsof ze gezond zijn, zonder op de gevaren te wijzen. [2]
De gemiddelde Nederlander is daarnaast niet actief genoeg om deze extra suikerinname te rechtvaardigen.
Spaanse onderzoekers van de Universiteit van Madrid concludeerden na onderzoek dat sporters beter presteren als ze denken dat het innemen van prestatieverhogende energietabletjes/drankjes hun prestaties verbetert. Hoe zekerder men is over de informatie op de verpakking (de claims), des te groter is de prestatieverandering. [3]

Zuiveldrankjes
De Reclame Code Commissie veroordeelde in 2015 Friesland Campina voor ongefundeerde loze gezondheidsclaims in hun reclamecampagne op tv na een klacht van de hoofdredacteur van NVBT Magazine.

Sapjes
Frisdrankautomaten op scholen mogen geen suikerhoudende drankjes meer aanbieden. Door de lopende contracten zal dat pas halverwege 2018 gerealiseerd zijn. De branche heeft vrijwillig deze stap gemaakt. Light-producten blijven wel verkrijgbaar. Ook zitten er supermarkten voldoende in de omgeving van scholen om deze maatregel teniet te doen. Supermarkten zijn ook vaak goedkoper dan automaten. De vrees bestaat dat de branche met even slechte alternatieven komt, zoals vruchtensapjes en dergelijke. [4]

[1] Euromonitor / De Volkskrant 7-9-2017
[2] Europese Hof van Justitie, 8 juni 2017, C-296/16P Dextro energy.
[3] Voedingsgeneeskunde, Jaargang 18, nr 4 2017
[4] NOS, 6-9-2017

UIT NR 03-2018, 22 JAARGANG

Mondflora in balans

WAAROM EEN GEZONDE MONFLORA ESSENTIEEL IS OM ZIEKTEBEELDEN TE VOORKOMEN
Tekst: Laura Kluyver, orthomoleculaire voedingsleer- en suppletiedeskundige
Beeld: blue®m, illustratie: Buro BlauwBrug

Heb jij last van gaatjes, tandvlees-problemen of een slechte adem? Misschien is jouw mondflora wel uit balans! Dat probiotica oftewel ‘goede bacteriën’ belangrijk zijn voor een gezonde darmflora, is inmiddels algemeen bekend. Maar dat de juiste probiotica tevens je mondgezondheid sterk kunnen verbeteren, is nog relatief onbekend binnen de dentale wereld.

Als je bedenkt dat we meer bacteriën dan cellen in ons lichaam hebben, kun je wel nagaan dat bacteriën een belangrijke rol spelen in het lichaam. Ronald Muts (bio-energetisch tandarts bij MP3-tandartsen in Apeldoorn) vertelt in dit interview waarom probiotica essentieel zijn en wat je kunt doen om ervoor te zorgen dat ook jouw ‘mondmilieu’ in balans blijft. Tevens wordt er een relatie gelegd tussen het ontstaan van westerse ziektebeelden en de aanwezigheid van pathogene (slechte) bacteriën in de mond.

Mondhygiëne
Waarom is een goede mondverzorging zo belangrijk om ‘slechte’ bacteriën niet te laten overheersen?
Mondhygiëne is een belangrijke, maar zeker niet de enige factor voor het wel of niet ontwikkelen van goede of slechte bacteriën.
Wat je in feite doet met mondhygiëne, is het reduceren van het aantal bacteriën in de mond. Dat kun je doen door een tongschraper te gebruiken, met een tandenborstel te poetsen en de ruimte tussen je tanden en kiezen goed schoon te houden. Echter, is je voeding niet goed door bijvoorbeeld het gebruik van te veel koolhydraten (suikers) en een te lage inname van goede vetten, dan kunnen de aanwezige bacteriën nog steeds de kans krijgen om pathogeen (slecht) te worden.

Stress
Dus ondanks een goede mondhygiëne kan een onvolwaardig voedingspatroon nog steeds bijdragen aan het ontstaan van pathogene bacteriën? Inderdaad. Dat zijn die onbegrepen gevallen waarvan je denkt: “De mondhygiëne is eigenlijk best aardig en de tandplak valt ook erg mee”, maar die regelmatig gaatjes ontwikkelen of tandvleesproblemen hebben. Een ander voorbeeld is stress; stress kan ook tandvleesproblemen veroorzaken. Dit ontstaat doordat stress zorgt voor een hormonale disbalans, waardoor het natuurlijke beschermingsmechanisme in de mond verzwakt en daarmee een verstoring veroorzaakt tussen de goede en de slechte bacteriën.

Suiker
Wat gebeurt er precies in je mond wanneer je veel koolhydraten (suikers) gebruikt? Dan worden de pathogene bacteriën, die leven op die koolhydraten, gevoed en daarmee kunnen ze zich heel gemakkelijk vermenigvuldigen. Dit terwijl probiotica vooral hun voeding halen uit meervoudige suikers zoals oligofructosen of oligosachariden. Wanneer je veel groenten eet, doe je probiotica een plezier; eet je veel suiker, dan maak je je pathogene bacteriën gelukkig. Dus ondanks het feit dat je je mondhygiëne goed op orde hebt: is je voeding onvolwaardig, dan is de verdeling tussen je goede en slechte bacteriën ook onvolwaardig.

Zuivel
Hoe kijk je naar het gebruik van zuivel, aangezien dit ook wordt beschouwd als een licht-probiotisch voedingsmiddel? Dan heb je het vooral over zuivel zoals kwark en yoghurt waaraan bacterieculturen zijn toegevoegd om de producten zuur te maken. Dat heeft zeker een gunstige invloed, maar het ligt er een beetje aan, wat de mondgezondheid betreft, welke bacteriën worden toegevoegd. Daar zitten heel veel verschillen in. De ene bacterie heeft een gunstige werking op de mondflora, waar een andere weer gunstiger is voor je darmen.
Dus niet alle probiotica zijn goed voor zowel de mond als voor de darmen? Er zijn veel overeenkomsten, maar ook ver-schillen. Ik heb daar uitgebreid onderzoek naar gedaan. Wanneer we kijken naar probiotica voor de mond, is het belangrijk dat ze zich goed kunnen hechten aan het tandoppervlak of aan de zachte weefsels zoals de tong, het tandvlees of het mondslijmvlies. Zeker niet alle bacteriën kunnen zich goed hechten.

Bacteriën
Bestaat ons lichaam uit meer bacteriën dan cellen of is dit een fabel? Goede vraag. Dit is zeker geen fabel, maar een feit. En het is ook een behoorlijk verschil. We hebben ongeveer 10 tot de macht 12 lichaamscellen, dus zet er 12 nullen achter. Het aantal bacteriën is minstens 100 keer zo hoog. Dus we hebben veel meer bacteriën dan cellen in ons lichaam. Als je alleen al bedenkt dat we 20 miljard bacteriën in onze mond hebben en nog veel meer in de darmen, dan heb je wel een beetje een beeld. Het totale gewicht van onze darmbacteriën is ongeveer een kilo.

Kunnen pathogene bacteriën in de mond eigenlijk ook ziektebeelden elders in het lichaam veroorzaken?
De Streptococcus mutans en de Lactobacillus veroorzaken cariës en daarnaast heb je nog een heleboel paropathogenen, zoals de A.a.-bacterie. Deze bacteriën veroorzaken op lokaal niveau problemen zoals tandvleesontstekingen, maar ook problemen ‘op afstand’. Ontstekingen in de mond hebben namelijk weer invloed op de gezondheid van de rest van het lichaam. Er worden continue ontstekingsmediatoren vrijgegeven die in het bloed komen en onder andere hart- en vaatproblemen veroorzaken.

En kan het ook andersom zijn? Eerst ontwikkel je bijvoorbeeld diabetes en daardoor ontstaan ontstekingen in de mond?
Er is een meridiaansysteem. Tanden en kiezen hebben via het meridiaansysteem een relatie met een bijbehorend orgaan. Dus elke tand
en kies heeft een link met een orgaan.
Op het schema (zie figuur A) van Dr. Reinhold Voll, de ontwikkelaar van dit schema, kun je dit precies zien.

Zo hebben de snijtanden bijvoorbeeld een relatie met de nier/blaas-meridiaan. Zijn er bijvoorbeeld problemen met een voortand, een wortelkanaalbehandeling of ontsteking, dan moet je bij een patiënt eigenlijk altijd kijken of er ook iets met het orgaan aan de hand is. Vraag daarnaar: “Heeft u vaak last van een blaasontsteking of heeft u wellicht prostaatproblemen?” Vaak klopt de relatie. Een ziek orgaan beïnvloedt de tand. Dat zijn van die onbegrepen problemen aan een tand: iemand eet gezond, gebruikt geen medicatie, heeft weinig stress en toch is er een probleem. Vaak is de oorzaak dan te vinden bij een ziek of belast orgaan, wat je dus terugziet in de mond.

Speeksel
Speelt speeksel nog een rol in het ontstaan van goede of slechte bacteriën?
Absoluut. We hebben het dan vooral over het kauwproces. Zodra je start met kauwen, komt er meer speeksel vrij. In speeksel zitten eiwitten en spijsverteringsenzymen en daarmee start je je spijsvertering. Speeksel is een ideaal medium voor probiotica en dat vinden onze darmen dan weer erg prettig. Het is ook heel goed om als je ‘s morgens opstaat, als eerste je mond te spoelen met water. In de nacht worden namelijk de meeste probiotica in de mond gevormd. Slik dus ook het water door waarmee je spoelt en spuug dit niet uit! Neem je probiotica in supplementvorm, neem dit dan ook in voor het slapen gaan, zodat probiotica de meeste kans hebben zich te vermeerderen.

Zijn er onderzoeken die aantonen dat probiotica bepaalde problemen kunnen verhelpen? Absoluut. Er zijn veel onderzoeken die aantonen dat de toevoeging van probiotica aan je voeding en/of in suppletievorm cariës remmend werkt alsmede parodontale problemen voorkomt. Ook is beschreven dat probiotica een gunstige werking hebben op de schimmel Candida albicans en zelfs bij de slijmvliesafwijking Lichen planus kan het verlichting brengen. Dit is trouwens een ziekte die steeds vaker voorkomt. De Oral Gel van blue®m (zie advertentie elders in dit blad of op www.nvbt.nl) en bepaalde producten met hyaluronzuur kunnen de klachten verzachten. De meest bekende orale probiotica zijn de Lactobacillus salivarius en de Streptococcus salivarius.

Probiotica
Is ons immuunsysteem afhankelijk van probiotica of heeft dit niets met elkaar te maken? Probiotica zijn zelfs sterk bepalend voor ons immuunsysteem! We hebben het hier over een percentage van 70%, dat is behoorlijk. Wat probiotica doen, is het op hun beurt uitscheiden van allerlei stoffen. Door uitscheiding van deze stoffen voorzien deze gezonde bacteriën ons van een natuurlijk anti-bioticum. Bovendien produceren probiotica vitamine B, vitamine K, bacteriocinen en antischimmelstoffen. Heb je voldoende probiotica in je mond en in je darm, dan heb je daarmee een sterk defensiemechanisme.

Als er ziektebeelden ontstaan, betekent dat in veel gevallen dat er te weinig probiotische bacteriën in de darm zijn?
Ja, of in de mond. Niet alleen probiotica, maar het totaalplaatje van het lichaam is uiteraard belangrijk. Waar je afweersysteem ook van afhankelijk is, is natuurlijk je vitaminen- en mineralenstatus. Hier kun je veel mee doen door de juiste voeding te eten en aanvullend supplementen te gebruiken. Veel mensen denken dat als ze maar ‘goed’ eten, ze voldoende mineralen en vitaminen binnenkrijgen. Het is een illusie om te denken dat dat nog lukt met het huidige vitaminen- en mineralenverlies in de hedendaagse voeding. Daarnaast moeten je darmflora en totale flora ook in evenwicht zijn. Symbiose is in dit geval belangrijk. Probiotica zelf zijn weer sterk afhankelijk van prebiotica. Prebiotica is de voeding voor probiotica.

Hebben we het dan over vezels?
Ja, we hebben het over onverteerbare vezels. Deze zitten in allerlei voedingsmiddelen en vooral in groenten, geitenmelk, xylitol en bepaalde oligosachariden. Sommige mensen zeggen: ik eet wel 200 gram groenten per dag, maar dat is nog te weinig als je ongeveer een kilo voedsel per dag eet. Reken maar uit: dat is slechts 20%. Het streven is 50 procent van je voeding uit groenten te laten bestaan.

Antibiotica
Ik weet dat er geregeld antibiotica toegepast wordt binnen de tandheelkunde. Hoe sta jij hier tegenover? Ik gebruik zelden antibiotica. We hebben het over hooguit 1 à 2 keer per jaar. Bijvoorbeeld bij spoedeisende gevallen tijdens de weekenddienst. Verder proberen wij antibiotica zoveel mogelijk buiten de deur te houden. We gebruiken andere, meer natuurlijke middelen om onze patiënten voor te bereiden op bijvoorbeeld een implantaatbehandeling of een extractie. Denk bijvoorbeeld aan hoge doseringen liposomale vitamine C, D3 en K2, omega-3-vetzuren en de Teeth & Bone Formula van blue®m. Een goede voorbereiding is het halve werk.

Werken jullie trouwens met specifieke orale probiotica?
Ja. Tot voor kort waren er nog drie merken op de markt die specifiek gericht waren op de mondflora. Helaas zijn er twee merken verdwenen, omdat er waarschijnlijk te weinig gebruik van wordt gemaakt binnen de dentale wereld. Het merk dat we nu gebruiken, is Bonusan, de Probio Oral. Gebruik je algemene probiotica voor je mondflora, dan zal dit niet voldoende werken. De meeste probiotica zijn maagzuurresistent, zodat het ‘heel’ in je darmen terechtkomt. Er zit dus een bepaalde coating op. Je kunt wel nagaan dat dat in de mond helemaal niets doet vanwege die coating.

Moet je bij mondproblemen levenslang probiotica gebruiken? Van probiotica is bekend dat wanneer je na enige tijd stopt met suppleren, het effect op een gegeven moment ook weg is. Het heeft een zogenoemde doorgangstijd van 2 tot 4 weken om zijn werk te kunnen doen. Stop je met het gebruik en zijn er geen maatregelen genomen om het milieu voor probiotica te verbeteren, dan neemt de oorspronkelijke flora weer de overhand. Echter, is er wel een verandering opgetreden: probiotica hebben voor een deel hun kenmerken doorgegeven aan de oorspronkelijke bacteriën. Als er tegelijkertijd aanpassingen worden gedaan in het voedingspatroon, zoals minder koolhydraten en meer vezels, is een blijvend effect van de probiotica veel sterker. Ik dicht deze stelling een hoge mate van waarschijnlijkheid toe.

Advies
Wat zou je als advies willen meegeven aan onze lezers? De mond is het begin van de darm. Als de mond niet in orde is, kun je e van uitgaan dat de darm dat ook niet is. Belangrijk is dat mondgezondheid afhankelijk is van meer dan alleen een goede mondhygiëne. Lifestyle-factoren zoals roken, alcohol, bewegen, stress, ademhaling en voeding zijn eveneens van groot belang. Het is een kwestie van balans. Een dysbiose (disbalans in de microflora) en tekorten blijken vaak ten grondslag te liggen aan veel ‘ziektebeelden’. Je moet je dan altijd afvragen: “Hoe sterk is de balans verstoord en is het een ziekte of is het een gebrek?” Cariës kan bijvoorbeeld voor meer dan 50% worden gereduceerd met een voldoende hoog gehalte vitamine D3 en parodontale problemen voor meer dan 20%. Met het verbeteren van je mondgezondheid verbeter je natuurlijk ook je totale gezondheid; de mond is immers onderdeel van een heel systeem. Gekscherend is dat de geniale ‘ontdekking’ van de bio-energetische tandheelkunde. Mijn algemeen advies wat voeding betreft: koolhydraatarm, veel (biologische) groenten en eiwitten, en de goede vetten gebruiken. Het is heel erg moeilijk om die lifestyleverandering zonder een goede begeleiding te doen. In onze praktijk werken we daarom samen met een voedingsdeskundige om een ‘voedingsdesign op maat’ te maken voor patiënten met (mond)gezondheidsproblemen.

INTERVIEW UIT NR 03-2018, 22 JAARGANG

 

Boekbespreking: Gezonde (Op)voeding

WIE DE JEUGD HEEFT, HEEFT DE TOEKOMST
Tekst: Peter de Vries |
Beeld: Sharon van Putten

Voeding kan ziekte genezen en voorkomen. Wat iemand eet, is erg belangrijk, zowel voor zijn huidige gezondheid als zijn gezondheid op latere leeftijd. Maar eten moet ook leuk blijven. Hans Moolenburgh sr. zegt het in een van zijn laatste boeken: “Denk niet bij alles wat je eet: Hoeveel vitaminen, mineralen, vezels zitten hierin en wat doet het wel en niet voor mijn gezondheid en op welke manier … Dat ontneemt je werkelijk de lust om van eten te genieten”. Dat geeft stressen dat is nog veel slechter voor je (mond)gezondheid.

Het vanzelfsprekend weten wat goed is voor je en hoe je een dagelijkse balans krijgt, is het allermooiste. Dat hoor je als kind te leren, zodat je het als volwassene gedachteloos goed blijft doen en je optimaal kan genieten van heerlijk eten. Dat de broccoli die je nu bij de grootgrutter haalt, van een bedroevend slechtere kwaliteit is dan wat deze groente aan
potentie heeft, moeten we hier maar even buiten beschouwing laten.

Jong geleerd, oud gedaan
De verleidingen van ongezond eten zijn zo groot dat we ongemerkt zijn verleerd de betere keuzes te maken. En helaas leren we het onze kinderen ook niet meer. Sharon van Putten (28) had door haar sportcarrière geleerd hoe belangrijk goede voeding is. Toen ze als groepsleerkracht op een basisschool ging werken, merkte ze dat veel kinderen zich weinig bewust waren van wat gezond eten en drinken inhield. Ze had moeite om dat bewustzijn te veranderen. Toen ze begon met verhaaltjes vertellen over het jongetje Blijbuikje dat allemaal avonturen beleefde in het gezonde dierenbos, viel het kwartje wel.

Niet alleen op haar eigen school. Van Putten geeft voorlichting op scholen, aan kinderen
én aan hun ouders, in het hele land. Ook als voorlichtster via de Stichting Kind en Voeding. De verhaaltjes die ze vertelde, heeft ze opgeschreven. Samen met de prachtige sfeervolle illustraties van Youri Stans zijn ze in een fraai (voor)leesboek terechtgekomen. En niet alleen voeding, maar ook (lucht)vervuiling, bestrijdingsmiddelen, grondgebruik, het belang van insecten en dierenwelzijn komen aan bod.

Het grote voorbeeld
Over de totstandkoming van de prachtige grote illustraties zegt Van Putten: “Youri is een oud klasgenoot van mij, die de opleiding tot illustrator heeft gedaan. Hij vond mijn initiatief erg krachtig. Ik wilde mijn verhalen van paginagrote illustraties voorzien en heb hiervoor zelf alle ideeën gedetailleerd op papier gezet, uitgedacht, verder uitgewerkt en aan hem doorgegeven. Van iedere aanpassing wilde ik op de hoogte gehouden worden. Ik zag Blijbuikje als een lief, schattig mannetje voor me, zeker omdat ik wilde dat Blijbuikje de kinderen aan zou spreken. De illustraties moesten voor mij echt iets toevoegen aan het verhaal, maar ook mijn verhaal ondersteunen. Zeker als het boek bij hele jonge kinderen onder de aandacht wordt gebracht, zouden de kinderen door het kijken naar de plaatjes Blijbuikje al een beetje als hun ‘grote voorbeeld’ moeten beschouwen.

Dierenvriendjes
Als het gaat om het opvoeden van kinderen door middel van mooi geïllustreerde verhalen, is dit boek niet uniek. Wat maakt dit project wezenlijk anders? Van Putten zegt hierover: “Alleen al de naam ‘Blijbuikje’! Je kunt op allerlei manieren een ‘blij buikje’ krijgen, waardoor ik heb gemerkt dat kinderen Blijbuikje niet alleen koppelen aan gezondere tussendoortjes, maar ook aan andere gebeurtenissen. Bijvoorbeeld als er iets grappigs gebeurt of bij een heel fijn moment. ‘Ook daar krijg je een blij buikje van’, zeggen kinderen dan. Blijbuikje werkt aanstekelijk en blijft hangen.
Verder is Blijbuikje inderdaad dat lieve, schattige en aanspreekbare jongetje, waarin alle kinderen zich kunnen herkennen! Blijbuikje ontdekt zelf dat hij fitter wordt door de gezonde hapjes die hij leert eten van zijn dierenvriendjes tijdens zijn (spannende) avonturen in het dierenbos. Hierbij leert hij hoe belangrijk het is zuinig met de natuur om te gaan. Het is zijn ‘reis’, waarin Blijbuikje gaat inzien dat alles met elkaar samenhangt en leert begrijpen dat de mens, dier en milieu niet zonder elkaar kunnen. Het is zo uniek dat Blijbuikje zich daardoor steeds bewuster wordt en zich zelf verantwoordelijk gaat voelen. Dit op een speelse, leuke en onschuldige manier die kinderen aanspreekt en stimuleert, want zij zien Blijbuikje als hun grote ‘voorbeeld’! Alles is zo herkenbaar. Ik loop regelmatig buiten en betrap mijzelf erop dat ik zeg: ‘Kijk, Reiger Riet!”
De verhalen gaan dus niet alleen over gezond eten, maar ook over het gezond houden van de wereld om ons heen. Als leerkracht probeer ik kinderen ook te leren dat heel veel onderwerpen met elkaar in relatie staan. Het mooie is dat het educatieve duidelijk terug te lezen is in mijn boek. Het is juist de combinatie van voeding en waar onze voeding vandaan komt – op een kinderlijke manier beschreven – dat het zo blijft hangen bij kinderen.”

Windjes laten
In het boek viel op dat Blijbuikje steeds stinkende windjes laat. Wat Blijbuikje terecht koppelt aan slecht eten. Maar sinds hij geen snoepjes meer eet, heeft hij daar geen last meer van. Dan gaat Boer Boerenkool zeggen dat windjes erbij horen. Dat kan verwarrend zijn voor kinderen. Dat ziet Van Putten niet zo. “Ik wilde het luchtig (haha) houden, want iedereen laat weleens een windje. Blijbuikje houdt zich een beetje groot, waarop de boer hem geruststelt en aangeeft dat hij zichzelf kan zijn en zich niet hoeft te schamen! Ook bij het eten van ‘gezonde’ voeding laten we weleens een windje. Alleen had Blijbuikje door het eten van snoepjes last van zijn buikje, waardoor hij ook windjes liet. Door anders te leren eten wordt hij steeds fitter en gaat de pijn in zijn buik weg. Dat wilde ik meegeven, op de speelse manier waarop ik kinderen stimuleer gezondere tussendoortjes te eten.” Er zijn geen zorgprofessionals en/of voedingsdeskundigen betrokken geweest bij het boek. “Aan de oorspronkelijke verhaallijn, zoals ik deze in mijn klas verteld heb, heb ik weinig veranderd. Juist omdat dit zo aansprak bij de kinderen en de ouders. Als de kinderen in de klas komen met: “Kijk juf, de druif van Duif Druif en de banaan van Aap Gaap”, dan weet je dat het werkt.
Dat is ook mijn doel geweest: kinderen alternatieven bieden voor een snoepje of koekje. Ik ben nergens te diep op ingegaan, omdat het vooral gaat om het stukje bewustwording. Zo is het immers ontstaan: dat ik tijdens de ‘gezonde hapdag’ op mijn werk merkte dat kinderen zich weinig bewust waren van wat gezond eten en drinken nu eigenlijk is.
In voeding ben ik zelf erg thuis. Niet alleen door mijn eigen achtergrond als toptennisser bij de jeugd, maar ook doordat ik de opleiding orthomoleculaire voeding voor kinderen gevolgd heb. Ik heb mij goed in alle onderwerpen verdiept. Voor de educatieve stukjes heb ik wel geïnformeerd en navraag gedaan bij bijvoorbeeld biologische geitenboerderijen, imkers e.d. Zo wist ik zeker dat het compleet en/of inhoudelijk goed omschreven was.”

Hoe groot mag Blijbuikje worden?
Over de toekomst van Blijbuikje zegt Van Putten: “Ik hoop dat Blijbuikje een icoon wordt, want het is mijn missie om zoveel mogelijk kinderen en volwassenen bewust te laten worden van ‘gezonde’ voeding en het gezond houden van de wereld om ons heen. Ik wil dit bij zoveel mogelijk mensen onder de aandacht brengen door hier landelijke bekendheid aan te geven. Ik heb gemerkt hoeveel het teweeg heeft gebracht in mijn klas en op mijn school. Dat had ik nooit verwacht! Ik ervaar hoe aanstekelijk de naam ‘Blijbuikje’ is. In veel situaties komt Blijbuikje ter sprake op mijn school, niet alleen gekoppeld aan voeding, maar ook in het alledaagse komt dit steeds terug. Dat maakt het extra bijzonder.
Zoals ik in het boek schrijf, heeft Blijbuikje zijn eerste stapjes al gezet naar een fitte en gezonde levensstijl, maar er zijn nog zoveel meer avonturen die Blijbuikje kan gaan beleven. Ik zit dan ook alweer vol ideeën voor nog meer avonturen. Er zijn ook nog zoveel andere producten en onderwerpen waar Blijbuikje mee in aanraking gaat komen. Dit voelt voor mij als een begin. Het is voor mij pas klaar als iedereen een blij buikje heeft en kent, haha.
O ja, en dat er haverkoekjes van Blijbuikje in de winkels komen te liggen zonder toevoegingen, maar wel intens lekker. Het draait immers niet alleen om gezond eten, maar ook om genieten. Want ook daar krijg je weer een blij buikje van.

Van Putten zou graag zien dat Blijbuikje in zoveel mogelijk wachtkamers komt te liggen. Een mooie plek om kinderen en ouders kennis te laten maken met de blije boodschap van Blijbuikje.

Blijbuikje en zijn spannende avonturen in het gezonde dierenbos
ISBN: 978-90-829053 0-4
€ 14,95 (exclusief verzendkosten)
Hardcover 300 x 215 mm | 68 pagina’s kleur
Te bestellen via www.blijbuikje.nl

UIT NR 03-2018, 22 JAARGANG