![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]()
|
| Uitgebreid zoeken |
|
De additieve geneeskunst in de tandheelkunde: De meest voorkomende vormen hiervan zijn: Al deze richtingen hebben als gemeenschappelijke achtergrond, dat ze de mens in zijn totaliteit zien. Deze richtingen kunnen ook prima met elkaar gecombineerd worden. Verdere onderwerpen op deze pagina:
Homeopathie probeert met een hele kleine gerichte prikkel het lichaam tot zelfgenezing aan te zetten. Deze hele kleine gerichte prikkel is van dezelfde aard als waardoor de patiënt ziek is geworden. Dit noemt men het similia principe. Met andere woorden: Het gelijke met het gelijkende genezen. De werking van de homeopathie berust hierop : Het lichaam wordt zich weer bewust waarom het ziek is geworden en gaat weer actie ondernemen. De prikkel moet heel zwak zijn, anders wordt er weer opnieuw schade toegebracht. Dit doet men door het middel te verdunnen. Dit heet potentieren. Uiteindelijk blijft er van de oorspronkelijke stof niets meer over, alleen de informatie wordt doorgegeven met elke verdere hogere verdunning. Daardoor heeft de homeopathie bijna geen bijwerkingen. Een toepassing in de tandheelkunde is het behandelen van een patiënt, die een amalgaam belasting heeft. Met de gewone geneeskunde is het niet mogelijk om het kwik uit het lichaam te verdrijven. Door verdund amalgaam voor te schrijven, wordt het lichaam zich weer bewust, dat het belast is met amalgaam. Het gaat het alsnog uitscheiden. Andere toepassingsmogelijkheden in de tandheelkunde zijn:
De acupunctuur leert, dat er energie door de zogenaamde meridianen van het lichaam loopt. Deze meridianen hebben contact met de dieper gelegen structuren van het lichaam de organen. door met een naald of iets anders wat energie geeft een specifiek punt op deze meridiaan te stimuleren, kan men het orgaan beïnvloeden. Zo wordt het lichaam weer in balans gebracht . Ziek zijn, is het uit balans raken van het lichaam. De balans oh het evenwicht noemt de acupunctuur het Yin -Yang principe. Door vast te stellen of elk acupunctuur punt nog evenwicht is, kan men een diagnose stellen. Immers elk acupunctuur punt correspondeert met een specifiek stuk van het lichaam. Deze toepassing is de electro-acupunctuur geworden. Het is een westerse uitvinding. Het opmeten van de punten gebeurt met een heel klein stroompje. Een toepassing in de tandheelkunde is, dat men met electro-acupunctuur kan vaststellen of men amalgaam belasting heeft. Hoe groot die is en elke organen belast zijn. Voor de therapie maakt men dan meestal gebruik van de homeopathie. Deze therapie heeft veel verwantschap met de acupunctuur. Het is alleen een westerse uitvinding van het begin van deze eeuw door de duitse arts Hünecke. Ook hier zien we, dat er een relatie bestaat van een huidgebied met een dieper gelegen structuur van het lichaam. Dit huidgebied wordt gestimuleerd door er procaine( een soort verdovingsvloeistof) in te spuiten. De neuraaltherapie wordt veel toegepast bij de behandeling van een focus. Een focus is haard waar een pathogene informatie vanuit gaat, die zich kan uitstrekken over het hele lichaam. In de tandheelkunde is dit dan meestal een dode kies. Al of niet door de tandarts behandeld met een zenuwbehandeling. Door deze kies tijdelijk door de verdovingsvloeistof uit te schakelen, kan er elders in het lichaam spontaan genezing op treden. Dit noemt men het "secunden fenomeen". Met andere woorden, dat kan razendsnel geschieden. Naar top van pagina. VEGA - meettechniek VEGA is een vrij jonge tak in de ontwikkeling van bioenergetische meettechnieken. Logischerwijs is ze ontstaan uit een behoefte om een oplossing te zoeken voor zwakke punten in andere meetsystemen. Alle bioenergetische meetsystemen hebben èèn ding gemeen. Ze meten energien. Bioenergetische meetsystemen kunnen geen uitspraak doen over fysieke grootheden. Wel is er dikwijls een relatie tussen energie en het fysieke. Dikwijls gaat een pathologische energie vooraf aan een later optredende fysiek kwaal. De diagnostiek van fysieke grootheden is voorbehouden aan de reguliere geneeskunde. Bijde vormen van geneeskunde hebben elkaar dus nodig en vullen elkaar aan. Alle bioenergetische meetsystemen meten de reactie van het autonome zenuwstelsel van de patiënt, zo ook VEGA. Vega maakt gebruik van diagnostische ampullen, waarin een homeopathisch verdunde stof zit. Deze ampul fungeert als een "vraag". Hierover later meer. Deze ampul wordt in het electro-magnetisch veld van de patiënt gebracht en er wordt gekeken hoe het autonoom zenuwstelsel van de patiënt reageert op deze ampul. Er is slechts een ja/ nee antwoord mogelijk. Dit antwoord wordt geregistreerd meet een meetapparaat dat reageert op een weerstandsmeting van de huid en het onderliggende gebied. Op het eerste gezicht heeft het meetsysteem veel weg van de electro-acupunctuur, maar er zijn wezenlijke grote verschillen. Vega concentreert zich op een overzicht van het ziektebeeld. Zeker bij de eerste metingen vallen details weg. Er worden geen acupunctuurpunten gemeten. In plaats hiervan worden "voortestampullen" gebruikt ook wel genoemd "voorfilters". Hierin zitten heel specifiek homeopathische verdunde stoffen, die fungeren als een "vraag". Deze voorfilters zijn de essentie van VEGA en zijn uitgevonden door Dr. Schimmel. Enkele belangrijke voorfilters: Het zwaartepunt bepalen van de therapie gebeurt door het inzetten van de belangrijkste filterampul in de VEGA: Het "effectieviteits" filter. Hier zit in : Ferrum met. D12. Andere belangrijke diagnostische ampulen:
Zo zijn er nog heel veel andere "vraag"ampullen. Ook wel voorfilters genoemd. Het antwoord op een vraag is altijd ja of nee. Voorbeeld: Stel we stellen de vraag: Heeft deze patiënt een mercurius belasting? Het antwoord kan ja of nee zijn. Is het ja, dan komt de volgende vraag: Hoe belangrijk is deze mercurius belasting voor deze patiënt? Dit wordt weer opgelost door weer te testen over een filterampul die vraagt: Is dit effectief voor deze patiënt? Met andere woorden: Heeft het zin om deze patiënt in dit stadium voor mercurius te behandelen? Het effectiviteitsfilter (ferrum met.D12) is een van de belangrijkste filters in de VEGA. Ook de organen zitten in testampullen middels homeopathisch verdunde oplossingen daarvan. Zo is het zieke orgaan te bepalen in relatie bijvoorbeeld met een voorfilter. Er wordt gekeken of deze voorfilters een verlaging van de meetwaarde geven. Is dit zo, dan reageert de patiënt op deze ampul met een verslechtering. Vervolgens kan er dan een therapeutisch middel (meestal homeopathisch) gezocht worden, die deze verlaging weer opheft. In principe is alles te meten. Zelfs psychische problematiek heeft zijn specifieke voorfilters. VEGA maakt gebruik van principes in de acupunctuur, zoals de relatie van organen onderling en het verloop van hun meridianen. Voor de diagnose gebruikt het de voorfilters, waarin homeopathisch verdunde oplossingen zitten. De therapie verloopt ook meestal met homeopathische stoffen. Maar in principe kan elke stof uitgemeten worden, ook de allopatische geneesmiddelen. Wat elk voorfilter vraagt, staat precies omschreven. Wil je de voortesten echt begrijpen, dan zal je je heel goed moeten verdiepen in de homeopathie. Samenvatting: Het specifieke van VEGA zijn de voortestapullen met enkele belangrijke ampullen, zoals het "effectiviteitsfilter" ferrum met. D12. Bert Heintzberger Zijn er mensen, die interesse hebben in de VEGAcursus, dan kunnen ze terecht bij de NAAV Naar top van pagina. De Homeopathische tandarts. Een veel gehoorde opmerking is: Legt deze tandarts dan homeopathische vullingen? Zulke vullingen bestaan natuurlijk niet. Een homeopathische tandarts zal echter wel materialen gebruiken, waarvan hij weet dat ze goed zijn voor het lichaam. Hij kent natuurlijk het beeld van mercurius en zal zeer snel dit vergiftigingsbeeld opmerken bij een patiënt. Immers in amalgaam zit mercurius, kwik dus. Een homeopathische tandarts zal daarom zeer gereserveerd staan ten opzichte van amalgaamvullingen. Maar van andere materialen kent hij ook het vergiftigingsbeeld. Ook kunstharsen zijn niet helemaal veilig. Koper , tin en zink zijn materialen , die in goud legeringen en ook in amalgaam voorkomen. Ze hebben ook hun eigen beeld. Zelfs goud is niet 100% veilig. Immers ook het aurum type is bekend in de homeopathie. Zijn er dan geen veilige materialen? Eigenlijk dus niet. Misschien is porselein nog het minst schadelijk. De taak van de homeopathische tandarts is dus om te kunnen uitzoeken voor iedereen afzonderlijk het meest geschikte vulmateriaal. Het accent zal dus moeten liggen op preventie. Het voorkomen van gaatjes. Zeker omdat ook fluoride een bekend beeld is in de homeopathie. Ook dit gebruiken we liever niet. Er blijft dus inderdaad niet veel anders over dan om te zorgen dat er geen gaatjes komen. De homeopathische tandarts is verder natuurlijk in staat om als er toch een vergiftiging is opgetreden om dit te verhelpen met de juiste homeopathische verdunning. Verder kan hij homeopathische medicijnen symptomatisch gebruiken. Bijvoorbeeld valeriaan om rust te geven. Aconitum bij een zeer angstige patiënt, die zo bang is, dat hij denkt dood te gaan. Arnica als ondersteuning bij extracties. Fosfor en lachesis bij nabloedingen. Belladonna en chamomilla bij moeilijk doorbrekende tandjes bij kleine kinderen. Silicea bij kinderen waarvan bijvoorbeeld op latere leeftijd een element niet verder wil doorbreken. Diverse middelen als ondersteuning bij bloedend tandvlees, zoals mercurius, lachesis, sepia en sulfur. Middelen bij een hevige kiespijn zoals aconitum, acidum nitricum, ferrum fosforicum, magnesium fosforicum, fosfor, rhus tox, gelsemium etc. Hij kan ook gebruik maken van complexmiddelen, die zuiver symptomatisch werken. MMR heeft de dentotox serie, waarin middelen zitten die speciaal voor de tandheelkunde zijn ontworpen. Ook andere firma's hebben goede complexmiddelen. Goede middelen bij een versleten kaakgewricht kunnen zijn: Zeel van de firma Heel en articulatio mandibularis van Steigerwald. Echinacea cosmoplex van Cosmochema is zeer ruim inzetbaar bij allerlei vormen van acute en chronische ontstekingen. Dan blijft natuurlijk nog over het terrein van de klassieke homeopathie: het juiste middel zoeken dat bij de patiënt in zijn geheel past. Dit noemen we het constitutiemiddel. Wat de patiënt ook mankeert, dit middel zal hem altijd goed helpen. Een beknopte cursus homeopathie wordt o.a. door Nico Kamphorst gegeven bij de NAAV Naar top van pagina. Homeopathie op celniveau bewezen. Groot nieuws voor het bestaansrecht van de homeopathie. Op 8 nov jongst leden heeft Roel van Wijk officieel in Duitsland zijn onderzoek naar de werking van de similiaregel gepresenteerd voor een internationaal gezelschap. Het onderzoek heeft tot nu toe 6 jaar geduurd en deze fase is nu officieel afgesloten. Het onderzoek is gepubliceerd in de meest vooraanstaande bladen op toxicologisch gebied. Het onderzoek sluit aan op bestaande onderzoeken overal in de wereld met name op het gebied van HSP eiwitten. HSP eiwitten, letterlijk heat shock proteines, zijn beschermeiwitten in de cel, die gevormd worden na een beschadiging van een cel door bijv. hitte. Het verschijnsel is het eerst bestudeerd bij een beschadiging door hitte. Vandaar de naam. Echter bij elke beschadiging van de cel worden HSP eiwitten gevormd. Het meten en quantificeren van deze eiwitten gebeurt met gel-electroforese. Dit is een procedure, die overal in de wereld wordt toegepast. De eiwitten worden gescheiden door ze over een gel te laten lopen. Het molecuulgewicht is hierin bepalend. De lichtste eiwitten lopen het snelst. Het is dus een scheiding op molecuulgewicht. Na diverse bewerkingen zien we dan het resultaat: Een verticale strip met overal zwarte streepjes. Dit zijn de zogenaamde "straatjes". Ik heb indertijd over dit belangrijk onderzoek in samenwerking met Roel van Wijk een videoband gemaakt. Deze band is indertijd onder de NVHT leden verspreid. De band is voor liefhebbers nog steeds bij de videotheek van de NVBT te bestellen à 34,- euro. Voor VSM is dit de aanleiding geweest om zelf ook een videoband te maken. Het onderzoek is ook verschenen in een boek: The similia principle in surviving stress: Mammalian cells in homeopathy research. R.van Wijk en F.A.C.Wiegant. Het gemakkelijkste is het om het boek bij VSM te bestellen. De proef in het kort: A. Het blijkt dat een celbeschadiging door bijv. hitte, cadmium of arsenicum etc. een specifiek beeld geeft van HSP eiwitten. Een heel specifiek straatje. Elke toxische stof geeft een specifiek beeld. Aan dit beeld is dus later te zien aan welke toxische stof de cel is blootgesteld geweest. We zouden dit het GENEESMIDDELEN BEELD kunnen noemen. B. Geven we de cel na de beschadiging een tweede gelijke maar zwakkere schadelijke dosis, dan zien we een vergrote produktie van deze specifieke HSP eiwitten. De aanmaak van HSP eiwitten kan 2 tot 3 maal zo groot worden. Het gevolg is dan ook dat er minder ( de helft) cellen dood gaan. Dit kan zelfs minder dan de helft bedragen. De verklaring hiervoor moet dus gezocht worden in die tweede maar zwakkere prikkel. C. Wordt de cel niet eerst blootgesteld aan een sterke toxische belasting, maar krijgt hij toch deze zwakke tweede prikkel, dan zien we nauwelijks tot geen toename van deze specifieke HSP eiwitten. D. Wordt de cel blootgesteld aan een sterke toxische prikkel en de tweede zwakkere toxische prikkel is niet gelijk aan de eerste prikkel, dan zien we geen toename van HSP eiwitten. Dus alleen als de tweede prikkel gelijk is aan de eerste prikkel is er een reactie van de cel te zien. Dit is te zien aan een toename van de specieke HSP eiwitten. Dit is het similia principe. Er zijn ontelbare proeven gedaan met vele variaties. Bijvoorbeeld : Hoe sterk (verdund) moet die tweede prikkel zijn? Hoeveel tijd mag er verstreken zijn na de eerste prikkel? Kan de tweede dosis ook remmen? Tot zover was dit resultaat bekend na de eerste 4 jaar van het onderzoek. Enkele nieuwe inzichten van de laatste 2 jaar zijn: 1. Als er een te lange tijd versterken is na de eerst prikkel, dan helpt een tweede zelfde maar zwakkere prikkel niet meer. Er is duidelijk een tijd, dat de cel heel gevoelig is voor de 2e maar zwakkere prikkel. Geven we het middel dan toch, dan werkt het toxisch. Er worden zeker niet meer, mischien zelfs wel minder HSP-eiwitten aan gemaakt. 2. De cel reageert dan nog wel op andere zwakkere prikkels, die tezamen in hun beeld ook deze HSP-eiwitten hebben zitten. De complex homeopathie. De cel heeft dan geen last van de veel bredere informatie tot het vormen van HSP eiwitten. Alleen die bandbreedte wordt gebruikt die correspondeert met de eerste toxische prikkel. Verklaring: Deze moet gezocht worden onder hetgeen in punt C. vermeld is. Dit sluit heel aardig aan bij de praktijk. Het lichaam gebruikt alleen datgene uit het complex-preparaat wat het kan gebruiken. Van de vele overtollige informatie heeft het geen last. Vooral dit punt ontlokte bij de klassiek homeopathen verbazing. Zou complex homeopathie dan toch werken? Belangrijk is hierbij de sterkte van de tweede prikkel. Is de tweede prikkel te sterk dan kan er een toxisch effect ontstaan. Er ontstaat dan juist een verergering. Er worden minder HSP eiwitten aangemaakt. De cel gaat als het ware actie ondernemen op de 2e verkeerde lage dosis i.p.v. de schade te herstellen van de oorspronkelijke hoge 1e dosis. Roel van Wijk spreekt van een zwakke of sterke prikkel. Hij bedoeld hiermee: zwak is meer verdund. Hij neemt echter het woord potentie niet in zijn mond om niet direkt naar de homeopathie te verwijzen. Deze conclusie moet men zelf maar trekken. Dit onderzoek is geniaal van opzet juist door zijn eenvoud. Het sluit aan op bestaande onderzoeken in de wereld. Cellen nemen we aan, kennen geen placebo-effect. Dit bewijs met HSP eiwitten is algemeen wetenschappelijk aanvaard en is waterdicht. conclusie's: 1. Op cel niveau is de werking van het similiaprinciepe bewezen. 2. De beginverergering in de homeopathie kunnen we begrijpen, doordat er meer HSP eiwitten aangemaakt worden. Dit is een verergering van de ziektesymptomen. 3. Isopathie wil wel eens niet werken. Een verklaring hiervoor kan zijn, dat het moment van de schade te lang geleden is. Een komplexmiddel of er een op gelijkend middel ( =homeopathie) werkt dan wel.4. Misschien moeten we de chronische fase eerst weer acuut maken, zodat we weer een gunstig moment hebben voor de isopathie? De vraag is nu natuurlijk: Hoe lang gaat het duren totdat zo'n baanbrekend wetenschappelijk onderzoek doordringt in andere medische regionen. Er zal veel weerstand ontstaan, omdat men nu totaal andere medische inzichten zal moeten accepteren. Het onderzoek zet letterlijk alles wat men weet op zijn kop. Is men bereid tot enig gezichtsverlies, omdat de homeopathie altijd te vuur en te zwaard bestreden is?De huidige stand van zake kan het beste geillustreerd worden met het feit, dat men van Renckes ( voorzitter van de vereniging tegen kwakzalverij) in het boek " Tandheelkundig jaar '97 " onder redactie van Prof. Dr. van der Kwast een groot artikel geplaats heeft. Hierin roept hij collega's op actie tegen deze mensen (ons) te ondernemen o.a. door tuchtrechtelijke maatregelen. De kritiek is niet onderbouwd en de auteur is of wil niet op de hoogte zijn van het laaste wetenschappelijk onderzoek. En wetenschap is toch zo iets als wat juist deze mensen zo hoog in hun vaandel hebben staan. Wetenschap wordt kennelijk alleen gebruikt als het in je kraam te pas komt.De toekomst: De proef kan verder uitgebreid worden van cellen naar bijvoorbeeld enkelcellige organismen zoals algen. Verder naar gekweekte organen. etc. Roel van Wijk wil nu eigenlijk eerst een pas op de plaats maken. Het is nu belangrijker om dit bereikte resultaat te verspreiden dan om het onderzoek verder uit te breiden met de kans dat het in de ijskast verdwijnt. Hij is van plan om de proef te herschrijven in een makkelijk leesbaar boek of syllabus, zodat het als een curriculum aan de Universiteit gedoseerd kan worden. Nu de similiaregel wetenschappelijk vastligt zal en moet de medische opleiding en wetenschap een andere richting op moeten gaan. Er komt een nieuwe dimensie bij. Roel van Wijk heeft voor dit onderzoek op 22 nov. jongsleden de Arij Vrijland prijs uitgereikt gekregen. Hierbij zit ook een geldprijs van F20.000,-. Deze wil hij o.a. gaan besteden aan verder onderzoek en het verspreiden van dit onderzoek. Grote mogelijkheden ziet Roel van wijk op het gebied van de preventie. Te denken valt er aan chemotherapie, bestraling, inentingen etc. Meteen na deze eerste toxische dosis kan er meteen een tweede veel lagere dosis gegeven worden. Literatuur: In de volgende tijdschriften is over dit onderzoek gepubliceerd:
Naar top van pagina. Het MIASMA . Een miasma is een ziekte, die men erfelijk heeft overerfd zonder met de ziekte zelf in aanraking geweest te zijn. In de acupunctuur is een hele nieuwe ontwikkeling gaande , die veel overeenkomst heeft met de opvattingen over de aanpak van een homeopathische behandeling . Homeopathie kent een therapie zoals, die men vergelijkt als het afpellen van de schillen van een ui. Men behandelt de buitenste laag, daarna kan men de volgende laag behandelen . Als laatste komt men dan bij de blanke pit, wat dan je meest eigenlijke constitutie middel is . Deze nieuwe acupunctuur behandeling past deze therapie ook toe, maar dan in 1 zitting . Het is een therapie ontwikkeld door Roy Martina . Het is een combinatie van acupunctuur, homeopathie en kinesiologie . Vanuit een verzwakking door homeopathie gecombineerd met kinesiologie wordt de patiënt versterkt met acupunctuur middels een soft -laser .( op de cursus kinesiologie kunnen we hier t.z.t. nader op ingaan ).Laag voor laag wordt elke schil behandeld .Op het laatst verkeert de patiënt dan in een zeer uitgebalanceerde toestand , waarin niets meer hem uit zijn evenwicht kan brengen . Het zogenaamde stillpoint . In de homeopathie komt dit overeen met de opvatting , dat een patiënt zijn ziekte moet afbouwen in de omgekeerde volgorde als waarin de ziekte is opgetreden . De beroemde theorie van het afpellen van de schillen zoals bij een ui . Het verschil is, dat de behandeling van de diepste lagen pas na jaren therapie kan plaats vinden . Bij deze acupunctuur behandeling is dit reeds in de eerste zitting mogelijk . We krijgen daardoor meteen inzicht in de diepste oorzaken van het ziektebeeld . Een van de grootste ontdekkingen hierbij gedaan , is het volgende : Iedereen , zonder uitzondering, heeft een miasmatische belasting . Hahnemann heeft de theorie van het miasma voor het eerst geponeerd .Het is leuk , dat we hier meteen een bevestiging van zien en ook hoe vaak het voorkomt .Hoeveel homeopathen komen toe aan de behandeling van een miasma ? Normaliter kan dit pas als praktisch alle ziektesymptomen zijn weggewerkt . Het latente miasma wordt dan manifest en is ook dan pas te behandelen . Wordt het miasma in de latente fase behandeld, dan doet òf de behandeling niets òf we lopen de kans op een grote verergering van het ziektebeeld .Het grote voordeel van deze acupunctuurbehandeling is , dat het miasma reeds in de eerste zitting te behandelen is , ja zelfs behandeld moet worden . Er treden geen bijverschijnselen op . De miasma , die gevonden worden, zijn nog steeds de klassieke, te weten :
Dikwijls komen er bij mensen meerdere miasma's tegelijk op .We krijgen dan combinaties van ziektebeelden. Bij de behandeling van allergieën is er bijna altijd sprake van een belasting met tuberculinum .Vanuit de klassieke homeopathie weten we , dat tuberculinum allergieën als een van zijn grootste kenmerken heeft . Dat het tuberculinum zoveel zou voorkomen was tot voor kort mij onbekend . Veel homeopathen zien het mercurius als het moderne miasma . Met deze acupunctuurmethode kan dit gemeten worden . Het is meteen ook verbijsterend .Wat doen we onze patiënten en hun nageslacht aan ? Het amalgaam werkt als een miasma .Er zijn zelfs patiëntjes beschreven met een manifeste mercurius belasting in de leeftijd van 0 tot 3 jaar . Meestal gaat het bij deze patiëntjes om klachten in de darmen .Variërend van een hardnekkige obstipatie tot een ontlasting met bloederige diarree .( mercurius = slijmvliezen )Dikwijls dacht men dan aan een voedsel intolerantie . Geen enkele therapie had geen resultaat , zolang het mercurius niet behandeld was . Ik heb dit bij mijn eigen kinderen ( vader = tandarts ) ook kunnen aantonen, hoewel ze geen vullingen hebben. Ze hebben nu de leeftijd van 20 en 21 jaar . Hun klachten verdwenen pas na behandeling van het mercurius en het tuberculinum .Wat zouden hun klachten geweest zijn ? Het miasma staat dus weer volop in de belangstelling . Bij de behandeling van iedereen zogenaamd gezond of niet gezond , staat voorop, dat zolang het miasma niet gevonden en nog niet behandeld is , men nog zeker niet helemaal gezond is . Men blijft vatbaar voor ziekten . Een in de praktijk goede therapie is de behandeling met LM potenties . Geven de verdunningen hoger dan een D200 nogal eens verergeringen , de LM potenties werken zeer mild . De LM potentie wordt in twee tot drie stappen verdund tot 1 : 50.000 .Dit heet LM 1 . Van hieruit kan met gewoon verder potentieren . Men krijgt dan LM 2, 3, etc . Omdat men uitgaat van een zeer hoge beginverdunning is er van de oorspronkelijke stof niets over .Hierdoor weinig bijverschijnselen .De LM potentie kenmerkt zich door het feit, dat er praktisch nooit een beginverergering optreedt .Door het geringe aantal keren potentieren werkt de stof toch als een D6 etc. Men mag het gerust elke dag geven . De therapie is dus uitstekend geschikt voor acute gevallen .In de praktijk werkt als volgt : Men schrijft voor LM 1 . De eerste dag geeft men 1 druppel op een glas water . De volgende dag potentieert men zelf, door krachtig schudden gedurende 2 minuten, de oplossing verder omhoog . Hiervan geeft men dan weer 1 druppel op een glas water . Omroeren met een plastic of houten stokje .De volgende dag idem . Men doet dat 6 weken . Treedt er voor die tijd een verergering van het ziektebeeld op, dan moet de behandeling gestaakt worden en gaat men over op een hogere LM potentie . Deze weer 6 weken geven . etc.De meest gebruikte LM potentie's zijn : LM1 LM6 LM12 LM30 etc. Meestal is hierna het miasma niet meer te meten . Het glas water moet met kleine slokjes gedurende de dag opgedronken worden . De dosering is als volgt : kinderen tot drie jaar 1 druppel om de dag . Iets grotere kinderen 1 druppel per dag . Volwassenen 1-3 druppels per dag . Ik mag de behandeling van het miasma van harte aanbevelen . A.J.M.Heintzberger
Naar top van pagina.   Boekbespreking: Nutrition and physical degeneration
Dit is een klassiek boek, geschreven in de veertiger jaren, na een meer dan 10 jaar durend onderzoek. In het laatste nummer van ons blad geeft Josephien van de Berg al een korte beschrijving van dit boek. Ik wil iets meer vertellen over dit boek, dat nu 50 jaar na dato weer opnieuw uitgegeven is. Weston Price was een groot tandarts van voor de oorlog in de USA. Hij is de oprichter geweest van de ADA.(American Dental Assiociation) Hij heeft veel wetenschappelijk onderzoek gedaan o.a. het focus onderzoek bij konijnen. Nu nog bestaat in Amerika het Weston Price voedingsinstituut. Aan het einde van zijn loopbaan als tandarts had hij zich als doel gesteld om nu eens te kijken op een wat andere manier naar wat nu de oorzaak van tandcariës was. Hij is hierbij op zoek gegaan naar primitief levende volkeren, die nog niet met onze westerse beschaving in aanraking gekomen waren. Hij is letterlijk de hele aardbol rondgereisd. Primitieve stammen in Afrika, Zuid Amerika, Australië en Polynesië. Maar ook volkeren, die heel dicht bij ons staan zoals indertijd afgelegen plaatsen in Zwitserland (Loetschental, Grachen, Vispterminen, Ayer) en Ierland. Verder Eskimos en de Indianen. Het unieke van dit boek is: dit onderzoek kan nooit meer gedaan worden. Zulke volkeren bestaan er niet meer. Vooral de vele foto's zijn uniek en een symbool van een vervlogen tijd. Daarom verdient dit boek een ereplaats in je boekenkast. De conclusies zijn allang vergeten. O ja we weten nog: Deze mensen hadden geen cariës. Daarmee is de kous af. Er wordt verder door ons niets mee gedaan. Het onderzoek is indertijd pijnlijk nauwkeurig uitgevoerd. Hij heeft precies de voeding bestudeerd van deze oude volkeren, die zeer kon verschillen. Zoals rogge, haver, gerst, groente, vlees, melk of vis. Maar nergens suiker bevattende produkten. Overal heeft hij speeksel monsters genomen. Duizenden schedels van vele generaties geleden heeft hij bestudeerd. Alle schedels hadden gave mooie tandenrijen met zelfs ruimte voor de M3's. Hij heeft precies opgeschreven hoeveel procent van de tanden waren aangetast door cariës. Soms is het boek daardoor wel eens saai, omdat het overal hetzelfde liedje is. Price ontdekte nog veel meer. De cariës is slechts èèn van de vele symptomen van onze westerse beschaving. De oorzaak is onze moderne voeding met zijn meel en suiker produkten. Bij alle volkeren zag hij hetzelfde gebeuren, wanneer deze volkeren van hun eeuwen oude voeding overgingen op het westerse dieet. (Plaatsen die vlak bij elkaar liggen konden zo wezenlijk gaan verschillen. o.a. in Zwitserland was dit zeer duidelijk):
Conclusie: Bekijken we dit boek met onze homeopathische kennis, dan gaan we begrijpen waarom juist de calciumtypen bij ons zo veel voorkomen. Ook hier vinden we dezelfde specifieke afwijkingen. Het lange smalle type van het calcium-pfosforicum type. De slappe banden en gewrichten met grote gevoeligheid voor cariës van het calcium-fluoratum type. De apathie en traagheid van het calcium-carbonicum type. Het verlangen naar zoetigheid. De echt drukke en lastige kinderen behorende bij het calcium-fluoratum type. Had Price meer van homeopathie geweten, dan had hij meer gericht onderzoek kunnen doen naar specifieke kenmerken behorende bij deze typen. Waarschijnlijk veroorzaakt dus het suikergebruik het ontstaan van deze typen. Heden ten dage weten we, dat de afbraak van suiker grote hoeveelheden vitaminen vereist. Bovendien veroorzaakt suiker schimmelvorming in de darmen. Hierdoor worden voedingsstoffen slecht opgenomen en lekken afbraaktoixines door de darm heen het lichaam in. Zo ontstaat er een groot gebrek aan vitamine A, B, C, D en E etc.
HIER ZIT DUS DE VERKLARING VOOR ONZE VERMINDERDE WEERSTAND! Ons suikergebruik is èèn grote geneesmiddelenproef. Suiker kan dus met recht als een groot gif voor het lichaam beschouwd worden. Wij als tandarts zien allen maar een gevaar voor het ontstaan van cariës en proberen dit symptomatisch te bestrijden met fluoride. Hoe kortzichtig!Ik beveel iedereen aan dit boek te kopen, vooral nu het opnieuw is uitgegeven. Vooral de foto's zijn uniek. Het is een beetje taaie literatuur, maar geschiedkundig van onschatbare waarde. De conclusies van toen staan nog steeds overeind. "A powerful testament to the adverse effects of our modern diet upon health. As shocking and relevant in its implications today as when it was first written". Melvvyn R. Werbach, M.D. Wat brengt onze welvaart: We leven langer, maar hoe? Wij hebben ontelbare ziekenhuizen. Deze volkeren waren nooit ziek. In Kenya vertelt Dr. Anderson aan Price, dat er vroeger geen appendicitis, galproblemen, blaasontstekingen en duodenumzweren voorkwamen. Maligniteit was zeer zeldzaam onder deze primitieve volkeren.Een oud gebruik onder primitieve volkeren is om meisjes een half jaar voor hun uithuwelijking op een zeer goed en speciaal dieet te zetten. Dit houden ze vol gedurende de zwangerschap en de lactatie periode. Dit staat in groot contrast met onze reageerbuisbaby's. Welke baby is gezonder? Natuurlijk leefden ze korter door de barre levensomstandigheden. Enderlein heeft bewezen dat virussen, bacterien en schimmels niet los van elkaar staan, maar in elkaar over kunnen gaan. Momenteel zien we een verschuiving naar virusziekten. De meeste virussen zitten in de darm (Schimmel). Zou suiker hier ook een rol in spelen? Tel het oppervlak van alle darmen van mens en dier maar eens bij elkaar op! Wij kennen nu een explosief ontstaan van virusziekten: aids, gekke koeien ziekte, de varkenspest. Meerdere keren per jaar waart er een griep explosie door ons land. Wat doen we daaraan: We zoeken naar een grieppil of griepprik etc. Naar de reden van onze zwakke afweer wordt niet gezocht. We bestrijden het aidsspook met handschoenen. Een schoon paar per patiënt. Over vervuiling gesproken!Naar top van pagina. Direkt naar onderwerp op deze pagina:
|
|
|