Articaine



Reeds enige tijd heerst er onder meerdere collegae en vooral zij die affiniteit hebben met het gedachtengoed van de NVBT ( Nederlandse Vereniging tot bevordering van de Bio-energetische Tandheelkunde) onrust. Zij denken dat Ultracaïne niet zo onschuldig is als het zich voordoet. Met een zekere regelmaat duiken er klachten op over de articaïne dat in Ultracaïne zit. De vereniging heeft het plan opgevat om landelijk hier bekendheid aan te geven. De aanzet hiertoe werd gegeven door het volgende krantenartikel: 

Op 1-04-2010 staat in het Haarlems Dagblad een artikel met de volgende kop: 


TANDARTS MOET PATIËNT BETALEN VOOR NEGEREN KLACHT VERDOVING. 

Volgens de civiele rechter in Haarlem heeft een tandarts niets gedaan, nadat een 64- jarige patiënt uit Bloemendaal die bij hem in de praktijk was, lichamelijke klachten meldde die als bijwerking van een verdovingsmiddel bekend zijn. De patiënt kreeg een aantal keren het middel Ultracaïne toegediend voor een ingrijpende behandeling.

De man meldde daarna allerlei klachten waaronder wazig zien, oorsuizen, zenuwpijnen in het gezicht, diarrhoea, hartklachten en tintelingen in de benen. Deze klachten staan, naast andere, vermeld op de bijsluiter van het verdovingsmiddel als mogelijke bijwerkingen. De tandarts ondernam volgens de rechter niets, ook niet toen de patiënt hem uitdrukkelijk op de bijwerkingen van het middel wees. De rechter stelt dat hij op grond van de klachten een ander verdovingsmiddel had moeten gebruiken. De tandarts ging er van uit dat er geen verband bestaat tussen de klachten en het middel, dat in de branche op grote schaal gebruikt wordt. Ook had hij deze problemen niet eerder meegemaakt. Tevens zei hij dat hij de bijsluiter niet gelezen had en zich geen arts voelde. 

Op het verzoek van de patiënt om deze casus te melden bij het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb is de tandarts niet ingegaan. Dit heeft in een later stadium de patiënt zelf gedaan. Wèl heeft de tandarts via de Nieuwsbrief van de NTvT de casus gemeld en een antwoord gekregen van H.S. Brand, oraal biochemicus van ACTA, dat niet in overeenstemming is met de gangbare literatuur over dit onderwerp op Pubmed. 

Als een patiënt een recept krijgt van de dokter en hij haalt de voorgeschreven medicamenten in de apotheek, krijgt hij een doosje met de pillen waaraan een bijsluiter toegevoegd is. Na lezing van deze informatie kan de patiënt beslissen of de pillen ingenomen gaan worden. Een soort informed consent dus. Bij een doos met carpules Ultracaïne zit één bijsluiter en de ervaring leert dat de tandarts deze niet of nauwelijks leest. Laat staan dat hij de patiënt hierover informeert. In deze bijsluiter wordt o.a. een waarschuwing gegeven voor het gebruik van de Ultracaïne bij een cholinesterase deficiëntie. Ik neem aan dat bij het massale gebruik van Ultracaïne er geen tandarts is die van te voren dit bij de patiënt controleert. Ultracaïne, evenals Septanest, bevat articaïne dat een bewezen neurotoxisch gif is. ( Pubmed). Er zijn aanwijzingen dat de in de articaïne aanwezige thiopheenring wel eens de boosdoener zou kunnen zijn. Door deze toevoeging verschilt ultracaïne van alle andere anaesthetica. Het afbraakproces in het lichaam is anders door de aanwezigheid van deze thiopheenring in de articaïne . Minder dan 10% wordt in de lever afgebroken. Het klachtenpatroon dat bij Ultracaïne past omvat: 
Aangezichtspijn, paresthesie van de tong, brandende pijn, doof gevoel in het gezicht, tintelingen tot in de benen, lichtovergevoeligheid, hartritme storingen, oorpijn, zwellingen, diarrhoea. De klachten kunnen zeer lang aanwezig blijven tot wel een jaar. Zenuwweefsel wordt door de thiofeenring in de articaïne toxisch belast. Vooral de nervus trigeminus kan hier het slachtoffer van worden, met als gevolg vele klachten in het hoofd. Ook zijn er gevallen waar de klachten niet overgaan. Een chronische patiënt is dan ontstaan. Naast de ellende voor de patiënt ook een zware kostenpost voor de gezondheidszorg. Het Lareb geeft een minimaal aantal meldingen aan. Hiervoor is een verklaring. Niemand weet zich in staat om een relatie te leggen tussen articaïne en het uitvoerige klachtenpatroon. Niemand denkt ook daar aan. Aantoonbaar is het niet. Daarbij komt dat het klachtenpatroon zich vaak enige tijd nà de injectie pas openbaart. Patiënt noch huisarts zal denken aan de voorafgaande tandheelkundige ingreep. Soms melden de klachten zich een maand na de behandeling. Naast de genoemde klachten is ook vaak sprake van pijn die zich manifesteert zowel in boven- als onderkaak tegelijk. Dit is verklaarbaar door de loop van de trigeminus. De term aangezichtspijn valt dan vaak. In de literatuur is al vaker sprake geweest van verdenkingen in deze richting. Steeds is dit vanuit wetenschappelijke hoek afgedaan als “onbewezen”. Regulier is dit ook lastig aan te tonen omdat er sprake is van een toxische belasting zoals we dat ook zien bij kwik, lood of palladium. Daarbij is ook nooit aangetoond dat articaïne onschuldig is. De thiofeenring in de Ultracaïne zou aangemerkt kunnen worden als de factor die een goede verdoving mogelijk zou maken. Beter dan de andere anaesthetica die ter beschikking staan. 

Ultracaïne wordt om anaesthetische redenen massaal gebruikt. Gebleken is dat 80% van de verdovingen met ultracaïne gedaan wordt. Men vindt het een goed middel voor verdoving. In de natuurgeneeskundige tandartsenpraktijk worden het klachtenpatroon bij deze patiënten met een zekere regelmaat herkend omdat vanuit deze hoek vaak relaties gelegd worden tussen tandheelkunde en het lichaam. Een vorm van holistisch denken. Ook de energetische diagnostiek geeft aanleiding om aan articaïne te denken. Zulke tandartsen zijn vaak ervaringsdeskundigen, herkennen het beeld. Met dit klachtenpatroon gaat de patiënt vaak niet terug naar de huistandarts of kaakchirurg, maar meldt zich bij de huisarts. Ook de patiënt zelf legt vaak de relatie niet omdat de klachten zich vaak in een later stadium melden. Ook de huisarts denkt niet aan deze verdovingsvloeistof. In dit onderhavige geval ook de tandarts niet. Bij een nauwkeurige anamnese kan wel de relatie tussen de pathologische symptomen en de tandheelkundige behandeling naar boven komen. Specifiek is vaak de tegelijk optredende pijn in de boven- en onderkaak. Vaak doet het ooggebied mee. Dit kan wijzen op een aandoening van de nervus trigeminus. De behandeling van dit beeld is erg lastig. Het aangetaste zenuwweefsel moet ontgift worden. Regulier zijn hier tot op heden geen mogelijkheden. Homeopathie en acupunctuur kunnen uitkomst bieden. De patiënt in deze casus is na anderhalf jaar nog steeds niet klachtenvrij. Vóór deze behandeling altijd volledig gezond geweest (marathonloper). Regulier onderzoek in het ziekenhuis heeft niets aan het daglicht gebracht. De patiënt is sterk vermagerd. Zijn huisarts meldt altijd een zeer gezonde man op het spreekuur te hebben gehad. Gezien het feit dat bij het genoemde symptomensyndroom niet of nauwelijks aan articaïne gedacht wordt, moeten we aannemen dat er veel meer patiënten met dit ziektebeeld van doen hebben dan de paar gevallen die ontdekt worden. Daarom ook krijgt het Lareb geen meldingen van deze articaïne beschadiging. 

Dit is een reden om aan een informed consent te denken. De NVBT ziet het belang hiervan in en confirmeert zich aan de uitspraak van de rechter. De rechter heeft het de tandarts aangerekend dat hij de patiënt niet ingelicht heeft. Het niet geven van deze informatie heeft voor deze patiënt ernstige gevolgen gehad. De enkele bijsluiter bij de verpakkingen van 100 carpules Ultracaïne wordt vaak niet bewaard of gelezen. De bijsluiters van de andere verdovingsvloeistoffen zijn van een beduidend ander karakter, hebben een minder zwaar waarschuwingsgehalte. De informatie bij de Ultracaïne geeft een ander beeld van bijwerkingen die bij de andere anaesthetica in de bijsluiter niet genoemd worden. In de natuurgeneeskundige tandheelkundige praktijk wordt dit ziektebeeld met een zekere regelmaat herkend omdat vanuit deze hoek een holistische visie gehanteerd wordt. 

Daarom raad de NVBT haar leden aan om Ultracaïne niet meer in de praktijk te gebruiken. Tevens geeft zij haar leden het advies om de patiënten die doorverwezen worden naar een collega of kaakchirurg een copie van het krantenartikel plus de bijsluiter mee te geven om aan de collega te overhandigen. De NVBT hoopt dat dit artikel respons zal vinden bij de beroepsgroep en vele collegae en patiënten zal beschermen door hen op deze manier met dit zeer ongemakkelijke fenomeen in contact te brengen. Een informed consent kan uitkomst brengen. 

Namens het bestuur van de NVBT 

Fred Neelissen